woensdag 19 januari 2011

Leesvragen week 7


Charsky, Dennis. “From Edutainment to Serious Games: A Change
in the Use of Game Characteristics”.Games and Culture. Vol. 5 Iss.2, 2010. pp. 177-198.

In zijn conclusie heeft Charsky het over het samenwerken tussen instructional designers, game designers en pedagogen bij de ontwikkeling van serious games. “if the potential of serious games are to be realized game designers and instructional designers must bridge the gaps in their respective crafts by entering into a dialogue on the game characteristics––competition and goals, rules, challenges, choices, and fantasy. (...)Serious game designers should strive to combine the game characteristics with pedagogical elements, while keeping the fun and the learning in perfect balance. (Charsky 2010, p.193-194)”
Hoe moet de rolverdeling binnen deze samenwerking zijn, met andere woorden wat is het belangrijkste element? Het design van goede gameplay, het design van goede instuctions of vooral de pedagogische elementen?

Rodriguez, Hector (2006). “The Playful and the Serious: An
approximation to Huizinga's Homo Ludens”. Game Studies. Vol. 6,
Iss. 1

Over serious games zegt Rodriguez dat de game designer enkel de simulatie ontwikkeld en van zijn spelers verwacht wordt dat ze zelf het systeem verkennen.
“The key word is "exploration". The designer does not create a game with the expectation that players will learn a predefined set of ideas or skills. Instead, the designer constructs a system of constraints, such as a simulation or a set of simple instructions, and then allows the player actively to learn by exploring and tinkering with the system.”
Wordt het hierdoor niet heel lastig om concrete leeropdrachten aan leerlingen mee te geven? Ze krijgen op deze manier wel erg veel ruimte.

Raessens, J. (2009). Serious games from an apparatus perspective.
In: Raessens, J. et al. (eds.) Digital material. Tracing new media in
everyday life and technology. Amsterdam: Amsterdam University
Press, pp. 21-34.
Raessens stelt dat er aandacht moet zijn voor de ideologische achtergrond van games als ze worden gebruikt voor onderwijsdoeleinden en geeft Food Force als voorbeeld. “It is of course a legitimate aspiration to teach children about hunger as Food Force intends to do. At the same time it is also legitimate to teach children how to understand the frames and values of which a specific serious game wants to convince its player.”
Is dit enkel belangrijk bij games? Huidige educatiemiddelen hebben toch ook een ideologische achtergrond, denk hierbij aan geschiedenisboeken die vooral de geschiedenis vanuit een bepaald oogpunt belichten.

Kadervraag
Bij elke computergame die uitkomt is er een mogelijkheid tot cheaten of zitten er fouten in die het mogelijk maken om op een manier verder in het spel te komen die eigenlijk niet de bedoeling is. Wanneer computergames als onderdeel van het onderwijs in worden gezet, hoe voorkom je dan dat dit soort dingen gebeuren en dat kinderen op deze manier de verkeerde dingen aanleren?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten