maandag 10 januari 2011

Leesvragen week 6


Mul, J. de The Game of Life. Hoofdstuk 16, pp. 251-266
In de tekst van de Mul haalt hij op pagina 262 Turkle aan die zegt dat het feit dat je, in een game, moet handelen voor een karakter zorgt voor een ander soort ervaring, een hogere concentratie. Herz zegt daarover dat dit een negatieve invloed heeft op bijvoorbeeld geweld, seksisme en racisme die in games voorkomen. Is het gevoel dat een speler heeft bij het uitvoeren van deze acties niet belangrijker dan de actie zelf? Je kunt iets doen zodat je verder komt in de game maar dit wil nog niet zeggen dat je er geen afkeer bij voelt.

Raessens, J. (2009). Homo ludens 2.0. In: Metropolis M. Jaargang
30, no. 5. Utrecht: Stichting Metropolis M.
Volgens Raessens zijn serious games te zien zoals Huizinga schreef: “Occupaties, die in belang, nood of behoefte haar reden hebben, dus aanvankelijk niet den spelvorm vertoonen [sic], ontwikkelen secundair een karakter dat men moeilijk anders dan als dat van spel kan opvatten.” vervolgens zegt Raessens: “Daar waar het spel niet meer ‘doel in zichzelf’ is maar haar bestaansrecht ontleent aan een of ander belang of nut-, dus ernstig wordt, hoe goed bedoeld dan ook – dreigt zij echter aan zuiverheid en aantrekkingskracht te verliezen.” Kun je stellen dat wanneer serious games een grotere rol gaan spelen in educatie, games als vrijtijdsbesteding hun aantrekkingskracht gaan verliezen?

Kadervraag
Is het mogelijk om in een game een totaal andere identiteit aan te nemen dan in het echte leven of neem je altijd, al is het maar in zeer kleine mate, een deel van je eigen identiteit mee in een game?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten