dinsdag 7 december 2010

Leesvragen week 3


Richard, B. & Zaremba, J. Gaming with Grrls: Looking for Sheroes in
Computer Games. Hoofdstuk 18, pp. 283-300

Op pagina 286 schrijven Richard en Zaremba over de relatie tussen games en comics. Ze gebruiken daarbij een quote van McCloud die deze relatie als volgt beschrijft: “The appeal of a character does not need to be very realistic, because the face and bodies function as iconographical instead of representational codes” Is in het geval van games, het niet realistische uiterlijk van karakters niet gewoon een technische beperking, die in de ontwikkeling van het medium steeds meer afneemt, in tegenstelling tot comics waarin de mate van uiterlijk realisme  voornamelijk een artistieke keuze is?

Bryce, J. & Rutter, J. Gendered Gaming in Gendered Space.
Hoofdstuk 19, pp. 301-310
In het artikel van Bryce en Rutter wordt onder andere het technologische aspect van games belicht en het feit dat technologie als een mannelijk iets gezien wordt. Betekent dit dan dat de rol van vrouwelijke spelers in niet-digitale games anders is?

Everett, A. Playing With Race in Contemporary Gaming Culture.
Hoofdstuk 20, pp. 31-325
Everett besteed aandacht aan raciale problemen die terug te zien zijn in computergames en verwante media zoals bladen over games en de instructieboekjes. Ze laat hierbij zien dat de westerse blanke man een dominante rol heeft in deze mediavorm, maar geld dit niet even sterk voor andere mediavormen? En hoe ziet zij multiplayergames zoals Modern Warfare waarin je zowel de kant van het westen als haar tegenstanders kunt kiezen?

Kadervraag
Heeft de ongelijkheid binnen het medium niet vooral te maken met het feit dat het nog relatief jong is en nog niet in alle lagen van de samenleving is doorgedrongen, met andere woorden, heeft het medium niet gewoon tijd nodig om te emanciperen?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten